DUTCH CLIMATE SCIENTIST DISMISSES GOVERNMENT SHALE GAS REPORT AS UNSCIENTIFIC

[Permalink]

29 august 2013

[4C Note: The following article has been translated by us for publication on our website, with permission of the author. The original Dutch text follows the English. We present both versions because on the one hand, nearly half of our signatories are Dutch and on the other, shale gas is a global problem of great importance to everyone in the global climate action movement]

Shale Gas Report Is Unscientific

By Jan Rotmans, Professor of Transition Management
Erasmus University, Rotterdam, Op-ed in Trouw, August 29, 2013

Scholarly literature seems to be arbitrarily read, and the risks are optimistically calculated. Jan Rotmans concludes that the shale gas report is of little value.

Engineering companies Witteveen & Bos, Aracadis, and Fugro have made a summary of the scientific literature (especially the international material) on shale gas. Their report applies this literature to the Dutch situation and evaluates the risks. In all three respects, the report has faults from a scientific perspective.

To begin with, the consulted literature is incomplete and very selective. Important European and American studies of the negative environmental effects of shale gas are left out. The report refers disproportionately often to literature from the gas and oil industry itself – for example, research by Shell, the NAM [Dutch natural gas company], Cuadrilla. More than three-quarters of the sources are favorable to shale gas. This is certainly not an adequate representation of the available literature.

Applying this material to the Netherlands is also distorted. On the one hand, if damaging effects have been evident in other countries, the report insists that this does not need to apply to the Netherlands. An example is the release of radioactive material via wastewater in Germany and the U.S. The report says this is unlikely to happen in the Netherlands. On the other hand, if international sources make no mention of possible damage, the report assumes that there could not be a problem in the Netherlands.

A good example of this is soil subsidence from shale gas drilling. The report posits that this is improbable. In theory, however, this could happen, dependent on the drop in pressure from shale gas drilling and the specific geological conditions. But because there are no specific examples in the scientific literature, the report assumes that shale gas drilling “does not produce soil subsidence,” even though the chance does exist.

Risks are minimized


About the increased chance of earthquakes, the report argues that a connection has existed elsewhere in the world, but that for the Netherlands, more detailed local research is needed to say anything about it. The report does insist that the maximum possible strength of an earthquake in the Netherlands that might result from shale gas drilling is 3.0 on the Richter scale. In an appendix, we find that that is only an approximation. In Canada, shale gas drilling produced a quake that was 3.8 on the Richter scale.

The Achilles heel of the report is the interpretation of the uncertainties and risks of shale gas drilling. It is striking that the concept “uncertainty” is badly neglected. It appears just once in the report. This is methodologically indefensible, because the entire shale gas debate revolves around an estimation of uncertainties – in data, sources, and effects.

The estimation of risk is the weakest part of the study. If you read carefully, you notice a clear pattern. The risks are systematically minimized, for example by the use of such adjectives as “improbable, tiny, minimal, none, very small.” Where considerably more nuances appear in the background appendices, these disappear in the main report. Repeatedly, risks are considered taken care of by precautionary measures.

The best example of how unscientifically the report deals with risks is the estimate of the risks of groundwater pollution. Because of the fracking process and the great number of wells needed, this risk is significantly higher than in convention drilling for natural gas. The essential question is which chemicals are used in fracking. In each test drilling and each location, these can be different toxic, corrosive, carcinogenic, and radioactive materials, such as mercury, arsenic, and radon. These can end up in groundwater and surface water.

Human error


The report is vague on this, with unclear language; one finds the term “additives” [hulpstoffen] instead of damaging chemicals. The risks of groundwater pollution are not explicitly classified, much less quantified.

Another example is the description of the mixing of chemicals with drinking water and groundwater: “With a good drilling seal, no mixing with drinking water and groundwater can occur, unless the technical process is not under control and the fracture runs through into the water-bearing layers.”

For the two possible causes of groundwater pollution mentioned in the report, they offer immediate solutions. Human errors can be limited through good training and adequate supervision, while technical errors can be minimized by good monitoring.

And here it comes: through the minimizing of human and technical errors, the risks of groundwater pollution become “manageable” [“beheersbaar”]. But if we rationalize away human and technical error, every risk, of every kind of activity, is “manageable.”

-------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
Schaliegasrapport is onwetenschappelijk

Jan Rotmans; hoogleraar transitiemanagement Erasmus Universiteit Rotterdam – Trouw, 29/08/13

Vakliteratuur lijkt willekeurig gelezen en risico's zijn wel erg positief doorgerekend. Er deugt weinig van het schaliegasadvies, concludeert Jan Rotmans.


Als er schadelijke effecten zijn aangetoond in het buitenland, wordt steevast aangegeven dat dit niet voor Nederland hoeft te gelden.
Ingenieursbureaus Witteveen & Bos, Aracadis en Fugro hebben een overzicht gemaakt van de (vooral internationale) wetenschappelijke literatuur over schaliegas. Hun rapport is een vertaalslag naar de Nederlandse situatie en een interpretatie van de risico's. Op alle drie aspecten van het rapport valt wetenschappelijk gezien het nodige af te dingen.

Om te beginnen: de gebruikte literatuur is onvolledig en zeer selectief. Belangrijke Europese en Amerikaanse studies naar schadelijke milieu- effecten van schaliegas worden niet genoemd. Wel wordt bovenmatig vaak verwezen naar literatuur uit de gas- en olie-industrie zelf, zoals onderzoek van Shell, NAM, Cuadrilla. Ruim driekwart van de bronnen is pro-schaliegas. Dit vormt samen beslist geen adequate afspiegeling van de beschikbare literatuur.

Ook de vertaalslag naar de Nederlandse situatie is zeer gebrekkig. Als er schadelijke effecten zijn aangetoond in het buitenland, wordt steevast aangegeven dat dit niet voor Nederland hoeft te gelden. Illustratief is het voorbeeld van het vrijkomen van radioactief materiaal dat in Duitsland en de VS bij de winning van schaliegas terugstroomde via afvalwater. Het rapport noemt dit niet representatief voor Nederland. Merkwaardig is echter, dat als er geen internationale bronnen bekend zijn over mogelijke schadelijke effecten, wel wordt aangenomen dat dit voor Nederland in elk geval geen probleem vormt.

Mooi voorbeeld is ook de bodemdaling door schaliegaswinning. Het rapport stelt dat dit niet waarschijnlijk is. Die kan in theorie echter wel optreden, afhankelijk van de drukval door schaliegaswinning en de specifieke geologische omstandigheden. Maar er zijn geen literatuurbronnen gevonden met concrete voorbeelden, dus wordt gesteld dat schaliegaswinning 'niet leidt tot bodemdaling', terwijl die kans wel bestaat.

Risico's gebagatelliseerd

Over de verhoogde kans op aardbevingen stelt het rapport dat weliswaar elders op de wereld een verband is aangetoond, maar dat voor Nederland meer gedetailleerd lokaal onderzoek nodig is om hier iets over te kunnen zeggen. Wel wordt met stelligheid beweerd dat de maximale kracht van een aardbeving in Nederland door schaliegaswinning 3.0 op de schaal van Richter is. In de bijlage staat echter dat dit slechts een indicatie is. In Canada is bij schaliegaswinning een aardbeving van 3.8 gemeten.

De achilleshiel van het rapport is de interpretatie van de onzekerheden en risico's van schaliegaswinning. Opvallend is dat het begrip 'onzekerheid' vrijwel geen aandacht krijgt. Het komt slechts 1 keer voor in het rapport. Dit is methodologisch niet te verdedigen, omdat het hele schaliegasdebat draait om een inschatting van onzekerheden, in data, bronnen, effecten.

Wat betreft de risico-inschattingen: dat is het zwakste deel van de studie. Wie accuraat leest, ziet een duidelijk patroon. De risico's worden stelselmatig gebagatelliseerd. Enerzijds door adjectieven te gebruiken als 'onwaarschijnlijk, miniem, minimaal, nihil, zeer klein'. Waar in de achtergrondbijlagen aanzienlijk meer nuances worden aangebracht, verdwijnen die consequent in het hoofdrapport. Ook worden telkens weer risico's afgedekt door voorzorgsmaatregelen.

Het mooiste voorbeeld van hoe onwetenschappelijk met risico's wordt omgegaan, is de inschatting van risico's van grondwatervervuiling. Dit risico is significant hoger dan bij conventionele aardgaswinning (door het 'fracken' en door het grote aantal benodigde putten). Essentieel is welke chemicaliën worden gebruikt bij het 'fracken'. Dit kunnen bij elke proefboring en elke locatie weer andere toxische, corrosieve, kankerverwekkende en radio-actieve stoffen zijn, zoals benzeen, kwik, arseen en radon. Die kunnen in het grond- en oppervlaktewater terechtkomen.

Menselijke fouten


In het rapport wordt hier nogal mistig over gedaan, met versluierend taalgebruik: zo spreekt men consequent van 'hulpstoffen' in plaats van schadelijke chemicaliën. De risico's op grondwatervervuiling zelf worden niet expliciet geclassificeerd, laat staan gekwantificeerd.

Illustratief is ook de formulering over het vermengen van chemicaliën met het drink/grondwater: 'Er kan met een goede boorafsluiting geen vermenging plaatsvinden met het drink/grondwater, tenzij het technische proces niet onder controle is en de fracture doorloopt in de drinkwaterlagen.'

Voor de twee oorzaken die het rapport noemt van mogelijke grondwatervervuiling, reikt men direct de oplossing aan. Menselijke fouten kunnen worden beperkt door goede training en adequaat toezicht, technische fouten kunnen geminimaliseerd door goede monitoring.

En nu komt het: door het minimaliseren van menselijke en technische fouten worden de risico's op grondwaterverontreiniging 'beheersbaar'. Op deze wijze, door menselijk en technisch feilen


>>> Back to list